Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is sinds 16 juli 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het voortduren van de maatregel getoetst vanaf 12 augustus 2025, het moment van de eerdere uitspraak waarin de maatregel rechtmatig werd bevonden. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting omdat de Algerijnse autoriteiten een afspraak voor zijn presentatie hebben geannuleerd en hij liever naar Spanje wil.
De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn. Verweerder heeft meerdere uitzettingshandelingen verricht, waaronder rappels aan de Algerijnse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt aan zijn uitzetting, onder meer door geen contact te willen opnemen met de ambassade.
De rechtbank acht de maatregel van bewaring niet onrechtmatig en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.