Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:18550

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 september 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
25/5477
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.16 Procesreglement bestuursrecht rechtbankenArt. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet tijdige betaling griffierecht

Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand voor woninginrichting op grond van de Participatiewet. Dit verzoek is behandeld door de voorzieningenrechter op 15 september 2025, waarbij verzoekster niet is verschenen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht van €53,- niet tijdig is betaald, ondanks meerdere herinneringen, waaronder een aangetekende brief en een schriftelijke waarschuwing bij de zittingsuitnodiging. Verzoekster heeft geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn door verzoekster nog stukken ingediend, maar deze zijn buiten beschouwing gelaten omdat ze geen aanleiding gaven tot heropening van het onderzoek.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/5477

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 september 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. E.H. Buizert).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster van 26 augustus 2025. Het verzoek is gericht tegen de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor woninginrichting op grond van de Participatiewet (Pw). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
1.1.
Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster met het besluit van 24 juli 2025 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiseres is zonder bericht niet verschenen

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. [1] In een zaak als deze is het griffierecht € 53,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
Heeft verzoekster het griffierecht tijdig betaald?
2.1.
De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 27 augustus 2025 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat deze brief op 30 augustus 2025 is bezorgd om 13:05 uur en dat voor ontvangst is getekend. Daarnaast heeft de griffier op 9 september 2025 per post, bij de uitnodiging voor de zitting, ook een brief verstuurd waarin verzoekster is gewezen op het feit dat het griffierecht voldaan dient te worden voor aanvang van de zitting, en dat niet betaling van het griffierecht zal leiden tot een niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om een voorlopige voorziening.
2.2.
Verzoekster heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
2.3.
Verzoekster heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Ontvangst stukken na sluiting onderzoek
2.4.
De rechtbank heeft na sluiting van het onderzoek ter zitting een brief van eiseres ontvangen. In artikel 2.16 van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken is bepaald dat na sluiting van het onderzoek ter zitting ongevraagd ingediende stukken buiten beschouwing blijven, tenzij deze aanleiding geven tot heropening van het onderzoek. De rechtbank ziet in de overgelegde stukken geen aanleiding tot heropening van het onderzoek en laat deze dan ook verder buiten beschouwing.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.P.A. Stok, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Awb in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.