ECLI:NL:RBDHA:2025:18524

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.45803
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling

De rechtbank Den Haag heeft op 2 oktober 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan een vreemdeling op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was oorspronkelijk opgelegd op 12 mei 2025 en is meerdere malen door de rechtbank getoetst, met eerdere uitspraken op 27 mei, 17 juni en 5 september 2025.

In deze procedure heeft de vreemdeling beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft een voortgangsrapportage overgelegd, waarop de vreemdeling heeft gereageerd. De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en besloten de zaak niet op zitting te behandelen.

De rechtbank overweegt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 29 augustus 2025 rechtmatig was en dat voor de beoordeling van het voortduren van de maatregel alleen de periode na die datum van belang is. Uit de door de minister verstrekte gegevens blijkt geen grond om te oordelen dat de maatregel niet langer rechtmatig is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier F.E. Brokke en is uitgesproken in het openbaar. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45803

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2025 in de zaak tussen

[plaats], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. E. Stap),
en

de Minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van de aan hem opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het verzoek om schadevergoeding. Deze maatregel is opgelegd op 12 mei 2025.
De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 27 mei 2025. [1] Op de vervolgberoepen is beslist bij uitspraak van 17 juni 2025 [2] en van 5 september 2025. [3]
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft op die voortgangsrapportage gereageerd.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 27 september 2025 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld. [4]

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. [5]
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 5 september 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 29 augustus 2025).
Ambtshalve toetsing
3. Eiser heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank ziet in de door de minister verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor het voortduren van deze maatregel niet (langer) is voldaan. [6]

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Rb Den Haag, zp Arnhem, 27 mei 2025 ECLI:NL:RBDHA:2025:9441.
2.Rb Den Haag, zp Arnhem, 17 juni 2025 ECLI:NL:RBDHA:2025:16217.
3.Rb Den Haag, zp Arnhem, 5 september 2025 ECLI:NL:RBDHA:2025:16545.
4.Dit is mogelijk op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000.
5.Op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000.
6.Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.