Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 3 januari 2024 een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag in 2023 ongegrond was verklaard. Hij baseerde zijn nieuwe aanvraag op dezelfde vrees voor vervolging wegens het onrechtmatig verlaten van de gendarmerie en voerde nieuwe elementen aan, zoals een oproepbrief van november 2023 en bezoeken van autoriteiten aan zijn vader.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe relevante elementen waren die de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de aangevoerde documenten en verklaringen niet substantieel afwijken van het eerdere dossier.
De rechtbank overwoog dat eiser onder het decreet van 2014 valt dat deserteurs geboren in 1983 vrijwaart van dienstplicht, en dat de oproepbrief niet op echtheid kon worden onderzocht. Ook waren de bezoeken aan de vader niet onderbouwd met verifieerbare bronnen. De rapporten van VluchtelingenWerk bevatten algemene informatie zonder persoonlijke toepassing.
Gelet hierop was het niet horen van eiser terecht en is het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 6 oktober 2025 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.