ECLI:NL:RBDHA:2025:1825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Eiser was werkzaam als relatiemanager en ontving sinds maart 2020 een Ziektewet-uitkering. Verweerder beëindigde deze uitkering per 26 februari 2021 op grond van medisch en arbeidskundig onderzoek dat stelde dat eiser meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
Eiser maakte bezwaar en startte beroep bij de rechtbank. Tijdens de procedure werd een onafhankelijke deskundige benoemd die aanvullende beperkingen vaststelde, waaronder een urenbeperking van circa 27 uur per week, welke door verweerder niet werd overgenomen. De deskundige motiveerde de beperkingen onder meer door complexe psychische aandoeningen en lichamelijke klachten.
De rechtbank volgt het oordeel van de deskundige en oordeelt dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke medische grondslag berust. Het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de conclusies van de deskundige.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden en kent eiser een immateriële schadevergoeding van € 2.000,- toe. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser, evenals een proceskostenvergoeding wegens inschakeling deskundige.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.