ECLI:NL:RBDHA:2025:17839
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende inspanningen minister en toekenning schadevergoeding
De minister legde op 6 september 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser wegens vreemdelingenrechtelijke gronden. Eiser stelde beroep in en betoogde onder meer dat de hoorplicht was geschonden en dat hij door zijn medische toestand niet adequaat gehoord kon worden. De minister hief de bewaring op op 10 september 2025 na indiening van een asielaanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiser de gelegenheid had gekregen zijn zienswijze te geven, ook al vond het horen plaats in zijn cel. Wel was de minister onvoldoende zorgvuldig geweest in het omgaan met de medische omstandigheden van eiser, die heroïne-ontwenningsverschijnselen vertoonde en om Methadon vroeg. De verbalisant had niet op adequate wijze de belangen van eiser kunnen inventariseren en had onvoldoende contact gezocht met de gemachtigde.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was en kende een schadevergoeding toe van €500 voor vijf dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden proceskosten van €2.267,50 aan eiser toegekend. Het beroep werd gegrond verklaard en de minister veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bewaring onrechtmatig was en kent een schadevergoeding en proceskostenvergoeding toe aan eiser.