ECLI:NL:RBDHA:2025:17731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Eerder had de rechtbank dit beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen een termijn een besluit te nemen. Verweerder heeft dit echter nagelaten, waardoor eisers opnieuw beroep instelden.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht. Op grond van vaste jurisprudentie is een ingebrekestelling vereist bij het eerste beroep wegens niet tijdig beslissen, maar niet bij een vervolgberoep nadat een termijn is gesteld. De rechtbank constateert dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €200 per dag op, met een maximum van €15.000, vanwege eerdere onvoldoende naleving. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers ad €453,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op.