ECLI:NL:RBDHA:2025:17717
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit derdelander uit Oekraïne
Verzoeker, een Nigeriaanse derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland vanwege de situatie in Oekraïne, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit van 6 augustus 2025 met een vertrektermijn van vier weken. Hij stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het terugkeerbesluit op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek spoedeisend was, maar dat het beroep geen redelijke kans van slagen had. Het terugkeerbesluit was niet prematuur omdat het recht op tijdelijke bescherming was geëindigd en verzoeker geen rechtmatig verblijf meer had. Ook was geen nieuwe beoordeling van het risico op refoulement vereist, aangezien eerdere asielprocedures en beoordelingen recent en actueel waren.
Verder werd geoordeeld dat verzoeker voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten naar voren te brengen en dat het terugkeerbesluit niet in strijd was met zijn recht op privéleven of het vertrouwensbeginsel. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder zitting.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat het verzoek kennelijk ongegrond is.