ECLI:NL:RBDHA:2025:17716

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
NL25.27935
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek met onbekende bestemming

Eiser diende op 19 september 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister stelde deze aanvraag buiten behandeling op 23 juni 2025 omdat eiser op 31 mei 2025 met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer onderhield met de bevoegde autoriteiten.

De rechtbank behandelde het beroep op 22 september 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De gemachtigde gaf aan geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij verbleef.

De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had bij het beroep. Gezien het ontbreken van contact en verblijfplaats concludeerde de rechtbank dat eiser geen actueel en reëel belang meer had bij de procedure.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelde de zaak niet inhoudelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.27935

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,
van Egyptische nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het buiten behandeling laten van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiser is het hier niet mee eens. De rechtbank beoordeelt het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiser
niet-ontvankelijk is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 19 september 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 23 juni 2025 deze aanvraag buiten behandeling gesteld.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 22 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet op de zitting verschenen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit
3. Eiser is op 31 mei 2025 met onbekende bestemming (mob) vertrokken. In het voornemen van 3 juni 2025 is eiser in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken contact op te nemen met de bevoegde autoriteiten, maar eiser heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De minister heeft vervolgens in het bestreden besluit de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld.
Heeft eiser procesbelang?
4. Omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken, ziet de rechtbank zich eerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. In de gronden van beroep van 2 juli 2025 heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat zij nog contact onderhoudt met eiser. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiser in een bericht van
22 september 2025 aangegeven dat zij geen contact meer onderhoudt met eiser en dat zij niet weet waar hij verblijft.
4.1.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling [2] volgt dat als de vreemdeling mob vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, de vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de mob-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met die vreemdeling over de procedure. Dit is alleen anders als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft. [3]
4.2.
Gelet op de informatie van de gemachtigde van eiser dat zij geen contact meer met eiser onderhoudt en zij niet weet waar eiser verblijft, neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3.Zie de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2662).