ECLI:NL:RBDHA:2025:17622
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaarde asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek van eiser op 16 juni 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 6 juli 2025 met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten. De gemachtigde van eiser heeft verklaard sinds 26 juni 2025 geen contact meer met eiser te hebben.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder opgave van verblijfplaats vertrekt geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Aangezien eiser geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde en niet heeft laten weten dat hij nog belang heeft bij de procedure, heeft hij geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 24 september 2025 door rechter B.F.Th. de Roos en griffier M. Gasi.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft.