ECLI:NL:RBDHA:2025:17622

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
NL25.27761
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaarde asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek van eiser op 16 juni 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 6 juli 2025 met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten. De gemachtigde van eiser heeft verklaard sinds 26 juni 2025 geen contact meer met eiser te hebben.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder opgave van verblijfplaats vertrekt geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Aangezien eiser geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde en niet heeft laten weten dat hij nog belang heeft bij de procedure, heeft hij geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 24 september 2025 door rechter B.F.Th. de Roos en griffier M. Gasi.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.27761

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.N. van der Voet),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 16 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Namens eiser is hier desgevraagd schriftelijk op gereageerd.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Het beroep tegen het bestreden besluit dateert van 23 juni 2025. Op 18 juli 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 6 juli 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft op 20 augustus 2025 laten weten dat hij na 26 juni 2025 geen contact meer heeft gehad met eiser.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [2] blijkt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Deze situatie doet zich, gelet op het hiervoor weergegeven bericht van de gemachtigde van eiser, niet voor. Daarom heeft hij geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 24 september 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.