ECLI:NL:RBDHA:2025:17562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Beninse minderjarige wegens onvoldoende risico op ernstige schade
Eiser, een minderjarige uit Benin behorend tot de Zamra bevolkingsgroep, diende op 25 april 2023 een asielaanvraag in. Hij vreesde terugkeer vanwege een incident waarbij hij koeien verloor en de vrees dat hij door de eigenaren van de koeien zou worden gedood, zoals een vriend die eerder was vermoord.
De minister wees de aanvraag op 21 januari 2025 af, stellende dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk bedreigd werd of een reëel risico liep op ernstige schade. De rechtbank behandelde het beroep op 11 september 2025 en oordeelde dat de minister terecht het risico onvoldoende aannemelijk achtte. De rechtbank nam daarbij ook de door eiser overgelegde medische stukken over PTSS en depressie mee, maar vond dat deze niet tot een ander oordeel leidden.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende concreet had onderbouwd waarom de afwijzing onjuist was. De minister had gemotiveerd op de zienswijze gereageerd en het beroep was ongegrond. De rechtbank sprak haar ernstige zorgen uit over de psychische toestand van eiser en benadrukte het lopende onderzoek naar adequate opvang in Benin. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag.