ECLI:NL:RBDHA:2025:17181
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige kinderen wegens psychische situatie en belangen kinderen
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder om de vader het recht op omgang met hun minderjarige kinderen te ontzeggen. Eerder was de omgang opgeschort vanwege hulpverlening en onzekerheid over de psychische gesteldheid van de vader.
De vader verblijft momenteel in Portugal en stelt daar onder behandeling te zijn, maar heeft geen bewijs van hulpverlening overgelegd. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eveneens ontzegging van het omgangsrecht vanwege zorgen over de beschikbaarheid en voorspelbaarheid van de vader.
De rechtbank acht omgang op dit moment te belastend voor de kinderen, die bijzondere zorgbehoeften hebben. Op grond van artikel 1:377a lid 3 sub d BW wordt het omgangsrecht ontzegd omdat omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van de kinderen.
De ontzegging is tijdelijk en kan na een jaar of bij gewijzigde omstandigheden worden heroverwogen. De vader moet aantonen dat zijn herstel duurzaam is en dat hij voorspelbaar kan zijn als ouder. De rechtbank moedigt een geleidelijke herstart van contact aan, bijvoorbeeld via luchtige kaartjes en videoboodschappen in overleg met hulpverlening.
De beschikking wijzigt de eerdere beslissing en verklaart de ontzegging uitvoerbaar bij voorraad, terwijl overige verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: De vader wordt het recht op omgang met zijn minderjarige kinderen ontzegd vanwege onvoldoende inzicht in zijn psychische situatie en het belang van de kinderen.