De eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 25 januari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken alsnog heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij bij overschrijding van de maximale termijn van 21 maanden een kortere beslistermijn passend is. De rechtbank legt daarom een nieuwe beslistermijn op tot uiterlijk 20 december 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- indien de minister niet binnen deze termijn beslist. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser ter hoogte van € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen om binnen de gestelde termijn een besluit te nemen, waarbij de rechtbank benadrukt dat deze termijn zorgvuldig en realistisch is.