ECLI:NL:RBDHA:2025:16974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.I.H. Kerstens-Fockens
- E.K.S. Mollen
- B. Wallage
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering optieverklaring Nederlanderschap wegens strijd met Europees recht
Eiser, geboren in 1984 en genaturaliseerd tot Nederlander in 1990, verloor zijn Nederlanderschap in 2019 vanwege langdurig verblijf buiten de EU en het niet tijdig verlengen van zijn paspoort. Na een gevangenisstraf in Noorwegen en vervroegde vrijlating, deed hij in 2023 een optieverklaring voor herverkrijging van het Nederlanderschap. De burgemeester van Den Haag weigerde deze verklaring te bevestigen op grond van een openbaar orde delict en de proeftijd van eiser.
De rechtbank oordeelt dat het verlies van het Unieburgerschap in dit geval onevenredig is, zoals bevestigd door een advies van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Het Tjebbes-arrest van het HvJ EU bepaalt dat in dergelijke gevallen het Nederlanderschap met terugwerkende kracht moet worden hersteld en dat aanvullende voorwaarden zoals het openbare orde delict niet mogen worden tegengeworpen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de burgemeester om binnen vier weken een schriftelijke bevestiging van het Nederlanderschap af te geven. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. Hiermee wordt het onrechtmatige verlies van het Nederlanderschap en het Unieburgerschap hersteld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de weigering van de optieverklaring wordt vernietigd; eiser krijgt binnen vier weken schriftelijke bevestiging van het Nederlanderschap.