Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 21 november 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoek van eiser niet binnen twee weken alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn het ‘8+8 wekenmodel’ geldt. Omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden, legt de rechtbank een kortere termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen.
Indien de minister niet binnen deze termijn beslist, moet hij een dwangsom van €100 per dag betalen, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 15 september 2025.