Uitspraak
wonende te [adres] , [postcode] te [woonplaats] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De schuldenaar is op 19 juni 2025 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een looptijd tot 20 augustus 2026. De bewindvoerder heeft op 14 juli 2025 een verzoek tot tussentijdse beëindiging ingediend op grond van artikel 350 lid 3 sub f Faillissementswet Pro, omdat de schuldenaar sinds 1 april 2023 heimelijk een onderneming drijft en de daaruit voortvloeiende inkomsten niet heeft opgegeven aan de gemeente, wat gevolgen heeft voor zijn Participatiewet-uitkering.
De rechtbank constateert dat de schuldenaar niet is verschenen op de zitting van 8 september 2025, ondanks correcte oproeping, en geen verklaring heeft gegeven voor zijn afwezigheid. De bewindvoerder heeft toegelicht dat de schuldenaar inkomsten uit de onderneming heeft ontvangen die niet zijn meegenomen in de berekening van het vrij te laten bedrag, en dat dit leidt tot een terugvordering door de gemeente die niet te goeder trouw is ontstaan.
De rechtbank oordeelt dat deze feiten en omstandigheden reeds bestonden ten tijde van de toelating tot de WSNP en dat zij aanleiding geven tot afwijzing van het verzoek. Gezien de ernst van de verwijten wordt de regeling tussentijds beëindigd. Tevens wordt de vergoeding van de bewindvoerder vastgesteld op €3.029,03, en wordt opdracht gegeven tot verdeling van een eventueel resterend boedelsaldo onder de schuldeisers.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de WSNP-regeling tussentijds wegens heimelijk drijven van een onderneming en bewust verzwijgen van inkomsten.