Eiser, een Tunesische jongvolwassene, vroeg asiel aan met een verhaal over jeugdige detentie, mishandeling en zijn seksuele gerichtheid. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de gevangenisstraf en seksuele gerichtheid, en legde een terugkeerbesluit met inreisverbod op.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de gevangenisstraf en seksuele gerichtheid heeft afgewezen vanwege inconsistenties en gebrek aan bewijs. Wel concludeert de rechtbank dat de minister had moeten vragen om een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) over eisers psychische gezondheid en het verzoek om uitstel van vertrek om medische redenen.
Daarom vernietigt de rechtbank het besluit voor zover het uitstel van vertrek betreft en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van een BMA-advies. De overige onderdelen van het besluit blijven van kracht. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.