Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 29 november 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van het '8+8 wekenmodel' en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier weken op, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking van deze uitspraak.
Indien de minister niet binnen deze termijn besluit, wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen zes weken een verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.