ECLI:NL:RBDHA:2025:16645
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan Frankrijk
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij op 9 september 2025 wordt overgedragen aan Frankrijk, terwijl het verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag nog loopt.
De rechtbank had het beroep van verzoeker tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is, kennelijk ongegrond verklaard. Verzoeker stelt dat de rechtbank ten onrechte zonder zitting heeft beslist en dat er sprake is van schending van zijn rechten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzet geen redelijke kans van slagen heeft. De rechtbank mocht het beroep buiten zitting afdoen omdat het kennelijk ongegrond was. Ook is geen schending van het recht op een eerlijk proces vastgesteld. De overdracht aan Frankrijk heeft geen onomkeerbare gevolgen, omdat bij een verkeerde beslissing terugkeer naar Nederland mogelijk blijft.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het verzet geen redelijke kans van slagen heeft.