ECLI:NL:RBDHA:2025:16619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid mobilisatie en dienstweigering
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van een Russische asielzoeker die vreest voor gedwongen militaire dienst en straf bij weigering. De asielaanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een reëel risico op inzet in de oorlog in Oekraïne of disproportionele bestraffing.
De rechtbank acht de identiteit en dienstplicht van eiser geloofwaardig, maar concludeert dat niet aannemelijk is gemaakt dat hij daadwerkelijk gemobiliseerd zal worden. Het aangevoerde EUAA-rapport en nieuwsberichten bieden geen bewijs van een grootschalige, gedwongen mobilisatie die op eiser van toepassing is. Ook zijn persoonlijke omstandigheden ondersteunen dit niet.
Verder is onvoldoende onderbouwd dat eiser een gegronde vrees heeft voor een onevenredige of discriminerende straf bij dienstweigering. Uit het EUAA-rapport blijkt dat de meeste veroordeelden een boete kregen, niet een zware gevangenisstraf. Tenslotte zijn er geen overtuigende aanwijzingen dat eiser vanwege diepgewortelde gewetensbezwaren de dienstplicht weigert.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.