ECLI:NL:RBDHA:2025:16568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende motivering
Eiser werkte bij het CBR en meldde zich ziek, waarna hij een Ziektewet-uitkering ontving. Na het beëindigen van zijn dienstverband en het starten van werkzaamheden bij DEKRA, verzocht Robidus namens CBR het UWV om een bedrag van €6.488,29 terug te vorderen over november en december 2021. Het UWV handhaafde dit besluit na bezwaar van eiser.
Eiser betwistte de hoogte van de terugvordering en stelde dat hij niet het volledige bedrag had ontvangen, wat werd ondersteund door bankafschriften. De rechtbank stelde vast dat het dossier geen bewijs bevatte dat het bedrag daadwerkelijk was uitbetaald, terwijl het UWV dit niet kon aantonen. De gemachtigde van het UWV gaf toe dat de terugvordering mogelijk betrekking had op een langere periode dan vermeld, wat het besluit onvoldoende motiveerde.
De rechtbank oordeelde dat het motiveringsbeginsel was geschonden en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV moet een nieuw, voldoende gemotiveerd besluit nemen. Verzoeken van eiser tot vergoeding van juridische kosten en uren besteed aan de procedure werden afgewezen. Het griffierecht van €50,- wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering.