ECLI:NL:RBDHA:2025:16542
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen asielaanvraag wegens onvolledigheid
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn opvolgende asielaanvraag buiten behandeling te stellen omdat deze niet compleet was. Verzoeker stelde dat het besluit niet op juiste wijze was bekendgemaakt en dat hij nieuwe elementen had aangevoerd die een behandeling rechtvaardigden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit correct was bekendgemaakt aan de gemachtigde via het advocatenportaal en dat verzoeker voldoende gelegenheid had gekregen om het formulier M35-O volledig in te leveren. Verzoeker had dit niet binnen de gestelde termijn gedaan, waardoor het besluit terecht was genomen.
Verder concludeerde de voorzieningenrechter dat het beroep van verzoeker geen redelijke kans van slagen had, omdat de aanvraag onvolledig bleef en er geen redenen waren voor uitstel. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt niet in het bodemgeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag wordt afgewezen.