ECLI:NL:RBDHA:2025:16464
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken beschermwaardig familieleven
Eiseres, geboren in 1956 en Surinaamse nationaliteit, verzocht om een reguliere verblijfsvergunning voor verblijf bij haar zoon en diens gezin in Nederland. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan het mvv-vereiste en geen vrijstelling kon krijgen op medische gronden. Tevens was er volgens verweerder geen sprake van een beschermwaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, omdat de noodzakelijke afhankelijkheid niet aannemelijk was gemaakt.
Eiseres voerde in beroep aan dat zij financieel, medisch en emotioneel afhankelijk is van haar zoon en diens gezin, dat zij samenwoont met haar kleinkinderen en dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, artikel 8 EVRM Pro, artikel 3 IVRK Pro en de hardheidsclausule. Ook stelde zij dat de hoorplicht in bezwaar was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen langdurige samenwoning of meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat. De door eiseres overgelegde bewijzen, zoals foto’s en verklaringen, waren onvoldoende om beschermwaardig familieleven aan te tonen. De belangenafweging was niet vereist omdat geen beschermwaardig familieleven bestond. De rechtbank vond ook dat de belangen van de kinderen voldoende waren meegewogen en dat de hoorplicht niet was geschonden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen en dat er geen aanleiding was voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.