ECLI:NL:RBDHA:2025:1643
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij haar echtgenoot met een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen.
De aanvraag is op 26 januari 2024 ingediend en de minister moest binnen 90 dagen besluiten. Deze termijn is met drie maanden verlengd, waardoor uiterlijk 29 juli 2024 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd. Eiseres stelde de minister op 4 oktober 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 5 november 2024 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn van acht weken op, tenzij nader onderzoek wordt ingesteld, dan geldt een termijn van twintig weken. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter S. Hindriks en griffier N.A. D’Hoore op 7 februari 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van acht weken op met bestuurlijke dwangsommen.