ECLI:NL:RBDHA:2025:16409
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij asielaanvraag
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende op 26 januari 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel in. De minister van Asiel en Migratie stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser tweemaal niet op het gehoor verscheen zonder geldige redenen. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar diende het beroepschrift te laat in. De gemachtigde voerde ziekte (griep) aan als reden voor de termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde dat dit geen verschoonbare reden is, mede omdat eiser werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandsverlener die de termijnen behoort te bewaken en voorzieningen te treffen.
De rechtbank onderzocht ook de Bahaddar-exceptie, die in bijzondere gevallen termijnoverschrijding kan toestaan om schending van artikel 3 EVRM Pro te voorkomen. De rechtbank vond echter geen onmiskenbaar risico op schending van het refoulementverbod bij uitzetting van eiser.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M.J. Adriaansen op 3 september 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en afwezigheid van een Bahaddar-exceptie.