ECLI:NL:RBDHA:2025:16402
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 2 november 2023 en moest binnen zes maanden beslissen, met een verlenging van negen maanden onder toepassing van WBV 2023/3. Daarnaast gold een besluitmoratorium voor Syrië van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn met één jaar werd verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 2 juli 2025 schriftelijk in gebreke, maar deze ingebrekestelling was prematuur omdat de beslistermijn pas op 2 augustus 2025 zou verstrijken. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is een ingebrekestelling pas ontvankelijk als deze binnen twee weken vóór het verstrijken van de beslistermijn wordt gedaan.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Ook komt de rechtbank niet toe aan het beoordelen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. Het beroep wordt afgewezen op grond van ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroeg ingediende ingebrekestelling.