ECLI:NL:RBDHA:2025:16101
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring voorzieningenrechter bij verzoek tot herziening voorlopige voorziening paspoortaanvraag
Verzoekster diende een aanvraag in voor een Nederlands paspoort voor haar dochter, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen. Tegen dit besluit maakte verzoekster bezwaar en vroeg zij om een voorlopige voorziening. Op 3 juli 2025 verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Verzoekster verzocht vervolgens om herziening van deze uitspraak. De voorzieningenrechter overwoog dat herziening alleen mogelijk is bij onherroepelijke einduitspraken van de bestuursrechter in de hoofdzaak. Omdat de uitspraak van 3 juli 2025 een voorlopige voorziening betrof en niet onherroepelijk was, is deze niet vatbaar voor herziening.
De voorzieningenrechter verklaarde zich daarom onbevoegd om op het herzieningsverzoek te beslissen. Verzoekster werd gewezen op de mogelijkheid een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om te beslissen op het verzoek tot herziening van de voorlopige voorziening.