Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.J. de Lange, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag. De rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor een zitting, maar deze na overleg ingetrokken omdat partijen geen zitting wensten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiser geen procesbelang meer heeft. Dit volgt uit het feit dat eiser volgens meldingen van de vreemdelingenpolitie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers op 12 juni 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en de gemachtigde op 26 juni 2025 heeft gemeld geen contact meer te hebben met eiser.
De rechtbank stelt vast dat als een vreemdeling die een asielaanvraag heeft gedaan vertrekt met onbekende bestemming, dit kan betekenen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. In dit geval is er geen actueel belang meer bij de procedure. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en wordt de zaak niet inhoudelijk beoordeeld. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.