Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 1 januari 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiser stelde de minister op 6 februari 2025 schriftelijk in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet tijdig heeft beslist en volgt het 8+8-wekenmodel, waarbij de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eiser van €453,50, omdat eiser een professionele gemachtigde inschakelde. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en is uitgesproken op 1 juli 2025.