Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1], eiser 1,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
€ 187 (honderdzevenentachtig euro) moet vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging, gebaseerd op artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn van maximaal zes maanden, inclusief verlenging, heeft overschreden en dat het beroep tijdig is ingediend na ingebrekestelling.
Verweerder hanteert het fifo-principe voor de behandeling van nareisaanvragen en verzocht om uitstel van behandeling of een ruime beslistermijn. De rechtbank wijst dit af omdat het verzoek niet is onderbouwd met overmacht en het belang van tijdige besluitvorming prevaleert.
De rechtbank stelt vast dat de situatie van eisers een bijzonder geval betreft, waarbij een langere beslistermijn gerechtvaardigd is. De rechtbank legt een termijn van acht weken op voor het nemen van een besluit, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast bepaalt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 om verweerder te stimuleren binnen de gestelde termijn te beslissen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen en proceskosten, inclusief vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van acht weken op voor besluitvorming met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.