ECLI:NL:RBDHA:2025:15194
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening inzake inschrijving in de Basisregistratie Personen
Verzoeker, met de Iraakse nationaliteit, deed op 23 juni 2024 aangifte van verblijf en adres in de Basisregistratie Personen (Brp) bij de gemeente Rijswijk. Tijdens een afspraak kon verzoeker zich niet identificeren, waardoor de behandelend ambtenaar hem mondeling mededeelde dat inschrijving niet mogelijk was. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
Op 22 juli 2025 deed verzoeker digitaal aangifte met gebruikmaking van DigiD, waarna hij alsnog werd ingeschreven op het opgegeven adres. Vervolgens trok hij het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om veroordeling van verweerder in de proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb, omdat verweerder geen besluit heeft ingetrokken, gewijzigd of een voorlopige maatregel heeft getroffen. De inschrijving volgde op een nieuwe digitale aangifte van verzoeker zelf. Daarom wordt het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door verweerder.