ECLI:NL:RBDHA:2025:1509
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Slovenië verantwoordelijk werd geacht voor de asielaanvraag. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang had. De minister had meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser reageerde niet op het verzoek van de rechtbank om te bevestigen of er nog contact was met eiser en of er nog procesbelang bestond.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Daarom heeft eiser geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.