Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Overwegingen
€ 15.000,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep terecht en gegrond verklaard.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. De rechtbank legt de minister een beslistermijn van acht weken op, met een verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat de minister een bestuurlijke dwangsom van maximaal €1.442,- heeft verbeurd over de eerste 42 dagen van overschrijding en legt een dwangsom van €100,- per dag op voor verdere overschrijding, met een maximum van €15.000,-. Ook worden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.