ECLI:NL:RBDHA:2025:14859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering compensatie afgeloste private schuld op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser, aangemerkt als gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, verzocht compensatie van een afgeloste private schuld van €18.582,85 bij Directa. De Dienst Toeslagen weigerde deze compensatie omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiser stelde dat er toezeggingen waren gedaan dat de schuld zou worden gecompenseerd en beriep zich tevens op de hardheidsclausule.
De rechtbank oordeelt dat de schuld terecht niet is gecompenseerd omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten, met name de opeisbaarheid en het tijdstip van ontstaan van de schuld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door bevoegde instanties. Ook de hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat eiser onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat hij zich in schrijnende omstandigheden bevindt die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van compensatie van de afgeloste private schuld wordt ongegrond verklaard.