Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
3.17. Hieruit volgt dat het wrakingsverzoek zal worden afgewezen.
4.De beslissing
A.G.D.M. Hoek;
S. Heeroma;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
In deze zaak hebben verzoekers een wrakingsverzoek ingediend tegen de rolrechter die betrokken is bij een nalatenschapsprocedure tussen verzoekers en de gemeente Den Haag, Stichting Museum en Stichting Steunfonds Museum. Het wrakingsverzoek richt zich op vermeende vooringenomenheid van de rolrechter, mede vanwege eerdere betrokkenheid bij een verwante procedure en een reeks rolbeslissingen die verzoekers als nadelig ervaren.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het criterium dat alleen bijzondere omstandigheden kunnen leiden tot een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. De rolbeslissingen betroffen procedurele kwesties zoals termijnverlengeningen en het al dan niet toestaan van schriftelijke rondes, welke geen inhoudelijke beoordeling van de zaak betreffen. De kamer oordeelde dat deze beslissingen geen patroon van onwelwillendheid vertonen en dat eerdere betrokkenheid bij een verwante zaak onvoldoende is om vooringenomenheid te vermoeden.
Daarnaast is vastgesteld dat het niet gebruikelijk is om de identiteit van de rolrechter standaard te communiceren, en dat op verzoek de rolrechter bekend is gemaakt. De wrakingskamer concludeert dat de rolrechter haar taak als rolrechter naar behoren heeft vervuld zonder aanwijzingen voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het indienen van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rolrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.