ECLI:NL:RBDHA:2025:1458
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit gezinshereniging en nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen voor machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en gezinshereniging op grond van artikel 8 EVRM Pro. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn. De rechtbank stelt vast dat de minister reeds €1.442 aan dwangsommen heeft verbeurd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en openbaar gemaakt op 5 februari 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen acht weken te beslissen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.