Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat de minister de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep terecht en gegrond.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister tot aanhouding van de zaak af, omdat dit de prikkel tot voortvarende besluitvorming wegneemt. De rechtbank legt aan de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 20 mei 2025.