Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis en een mvv voor verblijf als familie- of gezinslid. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 14 november 2024 waarin een termijn werd gesteld waarbinnen de minister moest beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, omdat de rechterlijke uitspraak een uitdrukkelijke termijn heeft gesteld die inmiddels is verstreken. De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank legt de minister een termijn van twee weken op om alsnog te beslissen en verbindt daaraan een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama en is uitgesproken op 6 juni 2025.