Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn van acht weken was opgelegd, maar constateert dat de minister deze termijn niet heeft nageleefd.
Hoewel het beroep aanvankelijk te vroeg was ingediend, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk omdat de beslistermijn inmiddels is verstreken zonder dat de minister een besluit heeft genomen. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van 21 maanden is overschreden en dat eiseres op 12 april 2022 is gehoord over haar asielmotieven.
De rechtbank legt de minister een nadere beslistermijn van zes weken op om alsnog een besluit te nemen, ingaand na de dag van verzending van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €37.500. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van €453,50.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige maar ook tijdige besluitvorming en bevestigt dat de bestuursrechter dwangsommen kan opleggen bij niet-naleving, ook na het vervallen van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND. Eiseres krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.