ECLI:NL:RBDHA:2025:14123

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
30 juli 2025
Zaaknummer
NL25.34017
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 64 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht

De eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, had beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 3 maart 2025 door de minister was opgelegd. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en oordeelde dat deze tot 30 juni 2025 rechtmatig was.

De beoordeling richtte zich daarom op de periode vanaf 30 juni 2025. De eiser stelde dat zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 onterecht was afgewezen en dat uitzettingshandelingen onrechtmatig waren zolang het oordeel van de voorzieningenrechter niet was afgewacht.

De rechtbank stelde echter dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is zolang geen rechtmatig verblijf is toegekend en dat de bewaringsrechter niet bevoegd is om verblijfsrechtelijke beslissingen te toetsen. Voorts is de minister verplicht voortvarend te werken aan uitzetting. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.34017

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 3 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 30 juli 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1982 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 25 maart 2025. [1] Vervolgens zijn er vervolgberoepen ingediend. [2] Uit de uitspraak van 1 juli 2025 [3] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 30 juni 2025.
4. Eiser voert aan dat de aanvraag van eiser om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw op onjuiste gronden is afgewezen. Verweerder gaat er ten onrechte van uit dat eiser in Nigeria hulp kan krijgen voor zijn medische problemen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank. Eiser meent dat het oordeel van de rechtbank afgewacht dient te worden en dat uitzettingshandelingen door verweerder op dit moment onrechtmatig zijn.
5. Nu aan eiser op dit moment geen uitstel van vertrek is verleend, heeft hij geen rechtmatig verblijf. De maatregel berust dus nog altijd op een juiste grondslag. De afwijzing van eisers aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw raakt niet aan de rechtmatigheid van (het voortduren van) de maatregel van bewaring. De bewaringsrechter oordeelt niet over verblijfsrechtelijke beslissingen. Eisers stelling dat uitzettingshandelingen van verweerder op dit moment onrechtmatig zijn omdat het oordeel van de voorzieningenrechter afgewacht moet worden is dus evenmin relevant voor het oordeel van de bewaringsrechter. Omdat de maatregel voortduurt, is verweerder juist verplicht om voortvarend te werken aan eisers uitzetting.
6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 30 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.