Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
[derde-partij] B.V., uit [vestigingsplaats] (de werkgever)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin werd vastgesteld dat hij voor 24,85% arbeidsongeschikt is en daardoor geen recht heeft op een WIA-uitkering. Eiser stelt dat zijn klachten onvoldoende zijn meegewogen, met name vanwege aanhoudende pijn en bijwerkingen van medicatie, en dat hij niet geschikt is voor de geduide functies die regelmatig staan, buigen en tillen vereisen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) heeft de medische informatie zorgvuldig beoordeeld, inclusief medicatiegebruik en functionele beperkingen, en heeft aanvullende beperkingen aangenomen om overbelasting te voorkomen. De rechtbank concludeert dat de verzekeringsarts b&b op basis van medische gegevens en onderzoek geen ernstigere beperkingen kon vaststellen die een WIA-uitkering rechtvaardigen.
De werkgever bevestigt dat eiser op 1 maart 2021 volledig hersteld was en niet aaneengesloten arbeidsongeschikt is geweest. De rechtbank benadrukt dat bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid niet de subjectieve klachten, maar de objectief vastgestelde beperkingen op basis van medische informatie doorslaggevend zijn.
De rechtbank oordeelt dat de geduide functies passend zijn binnen de belastbaarheid van eiser en dat het bestreden besluit terecht is genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen WIA-uitkering vanaf 26 januari 2023.