ECLI:NL:RBDHA:2025:14073

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 juli 2025
Publicatiedatum
30 juli 2025
Zaaknummer
NL25.26397
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.L.M. Steinebach - de Wit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek naar Zwitserland

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.

De rechtbank beoordeelde ambtshalve of eiser nog procesbelang had bij het beroep. Uit de stukken bleek dat eiser op 29 april 2025 met onbekende bestemming vertrok zonder de beslissing af te wachten en dat Zwitserse autoriteiten via DubliNet hadden gemeld dat eiser op 21 april 2025 zelfstandig naar Zwitserland was teruggekeerd. De gemachtigde gaf aan geen contact meer te hebben met eiser.

Gezien het ontbreken van contact en het vertrek naar Zwitserland concludeerde de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en daarom geen procesbelang meer heeft. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

De uitspraak werd gedaan door rechter A.L.M. Steinebach - de Wit en griffier S. Berendsen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van het vonnis.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek naar Zwitserland.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26397

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Bij het bestreden besluit van 6 juni 2025 heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank beantwoordt ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. De omstandigheid dat een vreemdeling in Nederland bescherming heeft gevraagd, met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, kan betekenen dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 overwogen dat in het licht van het fundamentele belang van het recht op toegang tot de rechter en het bieden van doeltreffende en effectieve rechtsbescherming, de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. [2] Er mag van uitgegaan worden dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met de vreemdeling over de procedure.
4. De minister heeft in het bestreden besluit van 6 juni 2025 aangegeven dat uit informatie van het COa is gebleken dat eiser op 29 april 2025 met onbekende bestemming is vertrokken, zonder de beslissing op zijn verzoek om internationale bescherming af te wachten. Verder blijkt uit de stukken dat de Nederlandse autoriteiten op 27 mei 2025 via DubliNet een bericht hebben ontvangen van de Zwitserse autoriteiten dat er geen overdracht hoeft plaats te vinden omdat eiser op 21 april 2025 zelfstandig is teruggekeerd naar Zwitserland. De rechtbank heeft op 23 juni 2025 aan de gemachtigde van eiser verzocht om aan te geven of de gemachtigde nog contact onderhoudt met eiser. Uit het bericht van 26 juni 2025 van de gemachtigde van eiser blijkt dat er op dit moment geen contact is met eiser.
4.1.
Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Berendsen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.
2.ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662, r.o. 2.7.