ECLI:NL:RBDHA:2025:14073
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek naar Zwitserland
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank beoordeelde ambtshalve of eiser nog procesbelang had bij het beroep. Uit de stukken bleek dat eiser op 29 april 2025 met onbekende bestemming vertrok zonder de beslissing af te wachten en dat Zwitserse autoriteiten via DubliNet hadden gemeld dat eiser op 21 april 2025 zelfstandig naar Zwitserland was teruggekeerd. De gemachtigde gaf aan geen contact meer te hebben met eiser.
Gezien het ontbreken van contact en het vertrek naar Zwitserland concludeerde de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en daarom geen procesbelang meer heeft. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.L.M. Steinebach - de Wit en griffier S. Berendsen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek naar Zwitserland.