Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 20 mei 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 19 mei 2025 al een verzoek tot internationale bescherming in Duitsland had ingediend.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing is vanwege structurele tekortkomingen in de opvang in Duitsland, zoals vermeld in het AIDA-rapport 2024. De rechtbank overwoog dat het aan eiser was om aannemelijk te maken dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, hetgeen niet was gelukt. De situatie in Duitsland was niet wezenlijk veranderd ten opzichte van eerdere rapporten die al waren betrokken bij eerdere beoordelingen.
Bovendien had Duitsland het terugnameverzoek van Nederland aanvaard en gegarandeerd dat de asielaanvraag van eiser conform Europese richtlijnen en verdragen behandeld zou worden. De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat eiser bij eventuele problemen in Duitsland zelf klachten moet indienen. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.