Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Iraakse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland op 15 november 2023, stellende dat hij Irak verliet vanwege bedreigingen door de activiteiten van zijn broers. De minister wees de aanvraag af omdat de identiteit van eiser niet geloofwaardig werd geacht, mede door het ontbreken van betrouwbare documenten en wisselende verklaringen over zijn paspoort en identiteitskaart. Tevens waren er 15 aliassen bekend en had eiser zich 13 keer in Europa gemeld voor asiel, waarbij hij meerdere keren vertrok zonder uitsluitsel af te wachten.
In beroep voerde eiser aan dat hij analfabeet is en dat afwijkingen in geboortedata en namen verklaard kunnen worden door fonetische verschillen en registratieverschillen. Hij overhandigde twee documenten van de burgerlijke stand en een video waarin hij met naam wordt genoemd. De rechtbank oordeelde echter dat deze documenten geen identificerende waarde hadden, onder meer door afwijkende geboortedata en handmatige toevoegingen, en dat de video onvoldoende bewijs leverde.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de gestelde identiteit bezit en dat daardoor ook het asielmotief niet aannemelijk was. Gezien deze feiten werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende bewijs.