ECLI:NL:RBDHA:2025:13469

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juli 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
NL25.21351
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag.

De rechtbank heeft op 22 juli 2025 de zaak behandeld. Tijdens de procedure is gebleken dat eiseres volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers met onbekende bestemming is vertrokken en dat zij sinds 8 juni 2025 haar woonruimte zelfstandig heeft verlaten. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting verklaard geen contact meer met haar te hebben.

De rechtbank stelt vast dat eiseres geen prijs meer stelt op de bescherming die zij aanvankelijk zocht, aangezien zij zonder mededeling is vertrokken en geen contact onderhoudt met haar gemachtigde. Hierdoor ontbreekt het aan een rechtens te beschermen belang bij de beoordeling van het bestreden besluit.

Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.21351

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: R.M. Koning).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 8 mei 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 22 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft eiseres procesbelang?
2. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiseres procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft op 24 juni 2025 meegedeeld dat eiseres volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers met onbekende bestemming is vertrokken. Bij dit bericht is een uitdraai van Indigo gevoegd waaruit blijkt dat eiseres op 8 juni 2025 de woonruimte zelfstandig heeft verlaten. Ter zitting, op 22 juli 2025, heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld geen contact meer te hebben met eiseres.
2.1.
Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van dient te worden uitgegaan dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. [1] Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit houdt in dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
2.2.
Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de informatie van de gemachtigde van eiseres neemt de rechtbank aan dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en dat zij geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.