ECLI:NL:RBDHA:2025:13469
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag.
De rechtbank heeft op 22 juli 2025 de zaak behandeld. Tijdens de procedure is gebleken dat eiseres volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers met onbekende bestemming is vertrokken en dat zij sinds 8 juni 2025 haar woonruimte zelfstandig heeft verlaten. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting verklaard geen contact meer met haar te hebben.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen prijs meer stelt op de bescherming die zij aanvankelijk zocht, aangezien zij zonder mededeling is vertrokken en geen contact onderhoudt met haar gemachtigde. Hierdoor ontbreekt het aan een rechtens te beschermen belang bij de beoordeling van het bestreden besluit.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.