ECLI:NL:RBDHA:2025:13348
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting
De minister van Asiel en Migratie heeft op 21 mei 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 10 juni 2025 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de maatregel sinds 3 juni 2025 rechtmatig is gebleven. Eiser stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast, dat het zicht op uitzetting ontbrak omdat de Roemeense autoriteiten niet reageerden, en dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld. De rechtbank oordeelt dat het verzoek om een lichter middel faalt gezien het onttrekkingsrisico en het feit dat eiser niet zelfstandig is vertrokken ondanks de mogelijkheid daartoe.
De rechtbank stelt vast dat er wel degelijk zicht op uitzetting is, mede omdat de Roemeense autoriteiten hebben gereageerd en er een laissez-passer aanvraag is ingediend. Voorts is de minister voldoende voortvarend te werk gegaan, met meerdere rappels en vertrekgesprekken. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de maatregel van bewaring blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.