ECLI:NL:RBDHA:2025:13335
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting naar Libië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 5 maart 2025 is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is reeds vier keer eerder door de rechtbank getoetst, waarbij telkens de rechtmatigheid werd bevestigd.
De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en de zaak zonder zitting behandeld. De kern van het beroep betreft het ontbreken van zicht op uitzetting naar Libië binnen een redelijke termijn, mede omdat de Libische autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de aanvraag voor een laissez-passer.
Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de aanvraag bij de Libische autoriteiten nog in behandeling is en dat eiser op 1 mei 2025 persoonlijk is gepresenteerd bij de Libische vertegenwoordiging. De rechtbank acht het redelijk dat de Libische autoriteiten enige tijd nodig hebben voor de afgifte van het laissez-passer.
De rechtbank concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat de Libische autoriteiten niet willen meewerken aan de terugkeerprocedure en dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt. Daarom is het beroep ongegrond en wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.