ECLI:NL:RBDHA:2025:13321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige voortzetting detentie boven maximale termijn
Eiser, met de Somalische nationaliteit, werd op 18 februari 2025 in detentie geplaatst op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze vrijheidsontnemende maatregel en verzocht om schadevergoeding. De maatregel werd op 3 juli 2025 opgeheven, nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 1 juli 2025 had geoordeeld dat de detentie maximaal 13 weken mag duren.
De rechtbank stelt vast dat de detentie tot 16 juni 2025 reeds was beoordeeld als rechtmatig in een eerdere uitspraak. De periode vanaf 17 juni 2025 tot de opheffing op 3 juli 2025 overschrijdt echter de maximale termijn van 13 weken en is daarmee onrechtmatig. De rechtbank kent daarom schadevergoeding toe voor 17 dagen onrechtmatige detentie à €100 per dag, totaal €1.700.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.814, te betalen aan de rechtsbijstandverlener. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding toe van €1.700 wegens onrechtmatige voortzetting van de detentie en veroordeelt de Staat in proceskosten.