Eiser, een Iraanse staatsburger die zich heeft bekeerd tot het christendom, heeft meerdere asielaanvragen ingediend nadat zijn eerdere verblijfsvergunningen met terugwerkende kracht waren ingetrokken wegens terugkeer naar Iran. De minister wees zijn meest recente asielaanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiser niet als evangeliserend christen kan worden aangemerkt en dat hij geen reëel risico loopt op vervolging bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat de minister de verklaringen van eiser over zijn evangeliserende activiteiten onvoldoende heeft betrokken en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze activiteiten niet als evangeliseren worden beschouwd. Tevens heeft de minister nagelaten te onderzoeken hoe eiser zijn geloof in Iran wil uiten, wat volgens de beleidsregels wel van belang is.
Verder acht de rechtbank het aannemelijk dat eiser bij terugkeer huiskerken zal bezoeken, wat volgens het ambtsbericht en EU-richtlijnen een risicoprofiel vormt. De minister heeft deze informatie niet betrokken bij de beoordeling. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom eiser geen risico loopt op ondervraging door Iraanse autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat het besluit niet zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd, waardoor het beroep gegrond is. Het besluit wordt vernietigd en de minister krijgt een termijn van acht weken om een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser opnieuw wordt gehoord over zijn geloofsuitoefening bij terugkeer.