Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 12 juli 2024 en had zes maanden om te beslissen. Eiser stelde de minister op 2 juni 2025 in gebreke en diende daarna beroep in wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn op van zestien weken, waarbij binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor over de asielmotieven moet plaatsvinden en binnen acht weken daarna het besluit moet worden genomen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50 vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier R.C. Gürel op 16 juli 2025.